Trektellen

Voor veel mensen is vogelen in augustus niet zo boeiend. De zangpiek ligt inmiddels ver achter ons, de jongen zijn verzorgd en veel soorten zijn bezig om zo min mogelijk op te vallen. Een groot deel ervan is aan het opvetten om energie te verzamelen voor een reis naar Zuid-Europa of naar Afrika, in sommige gevallen zelfs naar de zuidelijke delen; dat lukt niet op een enkele boterham met pindakaas.

Wie waarneming.nl een beetje in de gaten houdt, heeft kunnen zien dat er in de afgelopen dagen vogelsoorten in het werkgebied zijn waargenomen die er ogenschijnlijk niks te zoeken hebben. Ze hebben er in elk geval niet gebroed. Een greep uit het soortenlijstje van de voorbije dagen: Reuzenstern, Kwak, Zilverplevier, Regenwulp, Zwarte Ooievaar, Purperreiger, Kleine Zilverreiger, Ortolaan, maar ook de ogenschijnlijk algemenere soorten die in hun broedtijd toch ook in het werkgebied ontbreken, zoals Paapje, Tapuit en Bosruiter. In sommige gevallen ligt de oorzaak in zogenaamde dispersie: jongen worden uit het territorium van hun ouders verdreven en gaan zwerven, op zoek naar iets nieuws, iets voor henzelf. Maar bij een groot deel van deze ogenschijnlijk gekke waarnemingen kunnen we wel spreken van trek. Deze vogels zijn op weg van broed- of geboorteplaats naar hun winterkwartier en doen ons werkgebied aan. Blijkbaar dus al in augustus!

Vogeltrek is dus zeker niet alleen iets van Ganzen en Kraanvogels in oktober. Andere vogels trekken ook, en zeker niet allemaal in oktober. Het loont, zeker ook in augustus om naar de lucht te kijken. Dat weten trektellers als geen ander. Op vaste plaatsen wordt door een aantal malloten (ik schaar mijzelf hier graag onder) urenlang naar vaak lege luchten gestaard met hun oren wijd open in de hoop op dat ene steeds groter wordende stipje aan de horizon of dat ene gekke geluidje dat overduidelijk anders is dan dat van de gewone soorten. Voor sommigen is het een manier om data te verzamelen met betrekking tot trekbanen, aantallen, patronen, voor anderen is het een manier om aan hun soortenlijst te werken (want als je er maar genoeg tijd in steekt, komen er altijd (ooit, een keer…) leuke, zeldzame of nieuwe soorten langs. Een volgende groep doet het gewoon voor de rust. Voor mij is het dat allemaal wel. Plus de voorpret (weerberichten bekijken, vergelijken met ‘vorig jaar op deze datum’, waarnemingen in de gaten houden), de spanning (gedurende de gehele telling blijf je hopen op wat komen gaat, vaak vergeefs), de deceptie (vaak zit je voor Janmetdekorteachternaam, hoe goed je voorbereiding ook was, hoe groot je hoop en hoe hoog je verwachtingen) maar bovenal het bevredigende gevoel als er wat geks gebeurt. Als die leuke zeldzaamheid langs vliegt, of die bizar vroege waarneming van die ene soort of die enorm grote groep van die ander. Elk jaar gebeurt er wel wat gekst. Elk jaar blijft je bij.

Probeer het ook een keer. Maar begin niet in je eentje. Anderen kunnen je helpen om geluiden of vliegbeelden te leren en vele ogen zien een stuk meer. En kweek geduld. Vaak gebeurt er, zeker in augustus en begin september, lange tijd heel erg weinig. Of zelfs nog minder. Tot dat ene moment. Dat moment dat alles goedmaakt. Het moment waarvoor je zoveel uren maakt. Ik ben benieuwd wat er dit jaar gaat gebeuren!

Share Button