Millingerwaard

millingerwaard
“De veelzijdigheid van deze uiterwaard langs de zuidoever van de Waal, oostelijk van Nijmegen, is ongeëvenaard. Zandige rivierduinen met natuurlijke graslanden, oude rivierstrangen en ontkleiingen met goed ontwikkeld moeras en ooibos wisselen elkaar af. Het Wereld Natuur Fonds heeft de Millingerwaard tot voorbeeldgebied par excellence uitgekozen, omdat hier bij uitstek duidelijk wordt wat met natuurontwikkeling bedoeld wordt. Al vijftig jaar lang vindt hier ontkleiing plaats en heeft zich een spontane uiterwaardennatuur ontwikkeld. Natuur van alle leeftijdsstadia tussen 0 en 50 jaar is te bewonderen. De vegetatie is zeer gevarieerd en bestrijkt het brede scala van droog/schraal tot vochtig/voedselrijk. De natuurlijke graslanden worden extensief jaarrond begraasd door Gallowayrunderen en Konikpaarden. In de met ooibos omzoomde moerassen zijn Bevers geïntroduceerd. Tijdens hoogwater staan de uiterwaardplassen in open verbinding met de rivier. Daardoor vervullen ze een belangrijke kraamkamerfunctie voor de rivier. Het gebied wordt gekenmerkt door een grote biodiversiteit: veel soorten planten, insecten, vissen, vogels enz.”

(Beschrijving is afkomstig van de website van Ark Natuurontwikkeling).

Momenteel is de Millingerwaard ‘under construction’, hoe lang deze herinrichting nog gaat duren en hoe het eruit komt te zien is te zien middels de link http://www.geldersepoort.net/images/publicaties_pdf/RO_DLG_Nieuwsbrief_Millingerwaard_nr.7.pdf

Voor de vogels is het gebied dan ook een eldorado. Het gebied heeft een aantal bijzondere broedvogels zoals de Dodaars, Kwartel (incidenteel), Havik, IJsvogel, Kerkuil, Porseleinhoen (incidenteel), Oeverloper, Zwarte Stern, Wielewaal (incidenteel), Boomklever, Kleine Bonte Specht en Appelvink. Een voor Nederland ongewone combinatie van weide, moeras, moerasbos en bossoorten in een relatief klein gebied dat geheel buitendijks ligt.

Door de seizoenen

Winter

Grote Zilverreigers - foto: Peter Hoppenbrouwers Bontbekplevier - foto: Peter Hoppenbrouwers Koniks paarden - foto: Peter Hoppenbrouwers

In de winter is het relatief stil in de Millingerwaard. In de ooibossen foerageren groepjes mezen (Mat, Kool, Pimpel) die af toe gezelschap krijgen van Goudhaantjes of Vuurgoudhaantjes. Ook zijn in het winterseizoen hier af en toe Sijzen, Appelvinken, Goudvinken of een Kleine Bonte Specht aan te treffen. In de meer open stukken jagen af en toe Blauwe Kiekendief, Buizerd, Havik of Sperwer. Er zijn verder in het winterse landschap relatief weinig vogels aanwezig. Kramsvogels en Merels in de struiken en Futen, Kuifeenden, Wilde Eenden, Tafeleenden en Meerkoeten op de plassen en hier en daar een Blauwe Reiger. De laatste Grote Zilverreigers laten zich ook in de winter nog steeds zien in de Millingerwaard.

Lente
De lente begint al vroeg wanneer de aantallen vogels toenemen door de vogeltrek en de zang- en broedactiviteit van de standvogels toeneemt. Op de plassen zijn grote groepen eenden te vinden. Bij het Colenbrandersbos worden regelmatig groepjes Kramsvogels, Koperwieken en af en toe een Beflijster gezien. Soms staat het grootste deel van het gebied langdurig onder water tijdens hoogwater van de Waal. De Groene Specht, Kleine Bonte Specht en Grote Bonte Specht roffelen en roepen het voorjaar tegemoet. De ene na de andere zangvogel komt terug uit Afrika.
Elke moerasbosje krijgt zijn eigen cluster Grauwe Ganzen. Blauwborst, Grasmus en Braamsluiper nemen hun favoriete stek in en met ruim 130 broedparen in het gebied krijgt elk brandnetelbosje zijn eigen Bosrietzanger.

Kijkhuis met zwanen - foto: Peter Eekelder   Zwarte Stern met jong - foto: Harvey van Diek Kwartelkoning - foto: Peter Eekelder
Een bezoek aan het kijkhuis levert in de regel niet het beeld op van een reguliere vogelhut, maar waarschijnlijk het beste zicht in Nederland op een kleine kolonie Zwarte Sterns. Nestvlotjes worden speciaal uitgelegd voor de soort. In de afgelopen jaren waren alle beschikbare kunstmatige drijfnesten bezet. Ook de IJsvogel laat zich hier af en toe zien.

 Millingerwaard - foto: Twan Teunissen   Nest Grauwe Gans - foto: Twan Teunissen

Zomer

De zomer verandert het natte gebied in een steeds droger gebied en neemt de zangactiviteit snel af en zijn de vogels minder gemakkelijk te zien. Het Colenbrandersbos heeft als restant van het oorspronkelijke oer-ooibos een interessante flora. Ook de pesticiden-arme Millingerwaard laat grote aantallen juffers en libellen zien. De rivierduinen aan de Waal laten zingende Veldleeuweriken zweven boven de zinderende zwoele lucht en zijn begroeid met Kruisdistels en andere soorten van het rulle zand.

Plasjes met watervogels, ruige graslanden met Dauwbraam en Vlierbessen en Meidoorns die plaats bieden aan struweelvogels en moerassen met rietvogels en moerasbossen met Bevers. Aan het einde van de zomer verlaten Spotvogels en Bosrietzangers alweer het gebied voor een warm verblijf in de tropen. De eenden gaan over in het eclipskleed en verliezen tijdelijk hun bonte schoonheid. De zomer is ten einde.

Ree - foto: Peter Hoppenbrouwers Rivierduin - foto: Twan Teunissen Zuidelijke Keizerlibellen - foto: Peter Hoppenbrouwers

 

Herfst
De herfst kondigt zich aan met een grote toename aan vogelactiviteit. De attractiesoort van het gebied in de herfst is een overnachtende groep Grote Zilverreigers die in november2007 maar liefst maximaal 162 exemplaren groot was. Later in de herfst zwermen de vogels waarschijnlijk uit over het omliggende rivierengebied en worden de waargenomen groepjes steeds kleiner en weidser afgelegen van de Millingerhof, de plek in de Millingerwaard waar ze in een populierenbos overnachten. Vervolgens verlaten de meeste broedvogels één voor één het gebied. Het vertrek van de Grauwe Vliegenvangers, de Grasmussen, de zwaluwen kondigen de komst van de winter aan.

Bonte Strandloper - foto: Harvey van Diek Zwarte Ruiter - foto: Peter Hoppenbrouwers Zwarte Ooievaar - foto: Peter Hoppenbrouwers

Share Button